Soil atlas minder braaf dan e-Atlas Afrikaanse landbouw

Als communicatiespecialisten zouden we natuurlijk graag de impact willen weten van (onze eigen) communicatieprojecten. Wat levert al die moeite op? Maar omdat hier nog geen methodes voor zijn heb ik, als gedachtenoefening, eens gekeken  hoe je de impact zou kunnen bepalen van twee, net uitgekomen atlassen. Allereerst de open e-Atlas met resultaten van landbouwonderzoek voor arme boeren in Afrika. En ten tweede de Soil Atlas 2015, met resultaten uit bodemkundig en landgebruiksonderzoek.

Een voorlopige conclusie wil ik hier alvast wel trekken: als een project PR als doel heeft, is de impact ervan makkelijker te bepalen dan wanneer het bewustwording van een maatschappelijk probleem als doel heeft. Tegelijkertijd is zo’n laatste product, wat niet gek is, verrassender.

Roestchecker

Als eerste de 5 februari uitgekomen e-Atlas voor Afrikaanse landbouw, betaald door onderzoeksinstelling CGIAR en de Bill Gates Foundation. Belangrijkste doel en doelgroepen zijn goed afgebakend: de atlas moet gebruikers zoals landbouwvoorlichters en ambtenaren leren waar het landbouwkundig onderzoek mee bezig is en te vinden is.

Vervolgens is de impact ook redelijk goed te bepalen. Bijvoorbeeld: een van de 34 kaarten geeft aan waar in Afrika de tarweteelten lijden onder roest. Drie korte teksten vertellen vervolgens wat we op de kaart zoal zien, waarom roest een belangrijk probleem is en waar de gegevens vandaan komen. Daarna kunnen we onder ‘Meer leren?’ doorlinken naar de ‘Roestchecker’ van het internationale landbouwinstituut CYMMIT.
Als nu jaarlijks 100 extra landbouwvoorlichters deze Roestchecker gebruiken dankzij de atlas, is dat een gewenste, meetbare impact geweest. Daarmee weet je natuurlijk nog niet of de Roestchecker ook tot meer tarwe heeft geleid, maar je kunt in ieder geval een begin maken met de impact van deze atlas.

Jaar van de bodem

Nou de tweede, de Soil Atlas die in januari uit kwam. Deze is uitgegeven door de Heinrich Boll Foundation en het Institute for Advanced Sustainability Studies in Duitsland, ter gelegenheid van het Jaar van de Bodem. Het doel is ‘bewustwording van het belang van de bodem voor voedselvoorziening, klimaatadaptatie en biodiversiteit (…) en actie’. De doelgroep is ‘ieder die dagelijks zijn boodschappen doet.’

Hier lijkt de impact bepaling zich noodgedwongen te moeten beperken tot het turven van downloads en vertalingen. Want wie van al die wereldburgers zou je een enquêteformulier moeten sturen? En met welke vragen meet je dan of de bewustwording en actiebereidheid is vergroot? Dat wordt lastig.

Debat

De eerste atlas is handig maar braaf, namelijk nogal voorspelbaar vanwege de neutrale informatie en het vaste format van teksten. Ook al gaat het over landbouw in Afrika –  toch behoorlijk omstreden hoe je die invult  – hij nodigt niet uit tot discussie. Het is gewoon een feit dat het graan in Noord Marokko en Centraal Ethiopië gevoelig is voor roest.

De Global Soil Atlas zou zich juist lenen voor debat. De pagina’s nemen, onderbouwd met onderzoeksresultaten, duidelijk stelling tegen de huidige praktijken. De kunstmestsubsidies, de mijnbouw, de pesticiden, de monoculturen, al deze industriële praktijken zijn momenteel funest voor de bodem.

Elk verhaal is anders, journalistiek aangepakt en verrassend. Dat kan met zulke brede doelen ook. Maar ja, de impact ervan bepalen, dat is dan weer niet te doen.

Twee punten nog: waar deze e-atlas niet uitnodigt tot debat, doet de blogsite Land, Water and Ecosystems van diezelfde CGIAR dit wel, zo schreef ik in een eerdere blog. Niks ten kwade dus van deze organisatie.

En verder: deze blog over impact bepaling van communicatieprojecten wordt vervolgd. Want hoe je dit doet bestuderen we nu ook binnen de landelijke innovatieclub SciComLab (Science Communication Laboratory) waar ik lid van ben.