Meebetalen aan wilde tomaten uit Mexico

7 -11-2014. Even naar Mexico om wat wilde tomaten te verzamelen voor genetisch onderzoek. Of even een bevriend laboratorium uit Brazilië sluipwespen laten opsturen voor onderzoek aan biologische bestrijding. Dat kan vanaf  12 oktober niet meer, schreven we vorige week in NRC Handelsblad en Bionieuws. Decennia lang kon dit wel. Maar sinds de jaren negentig houden tropische landen hun grenzen potdicht. Biologisch materiaal komt niet door de douane heen, de landen willen namelijk betaald worden voor hun biodiversiteit.

Nagoya protocol

Maar, zo schreven we in deze bladen, misschien gaan de grenzen binnenkort toch weer open. Vanaf 12 oktober is namelijk het Nagoya protocol van kracht. Volgens dit protocol moeten laboratoria  voor elk nieuw zaadje, insect, bacterie of schimmel met daarin genetisch materiaal uit het buitenland, een contract hebben liggen met het land waar het vandaan komt. Daarin staat dan wat dat land ervoor terug krijgt. Bijvoorbeeld eenmalig 50.000 euro, of een samenwerkingsprogramma van een ton, of 5 procent van de winst als er een commercieel product uit het onderzoek voortvloeit.

Drieëndertig zaadbedrijven uit Nederland en Duitsland zijn nu echter in Luxenburg in beroep gegaan tegen het protocol. Ze vinden dat de kleinere bedrijven financieel onevenredig hard worden getroffen. Bovendien zou de vrije uitwisseling van rassen verder onder druk komen te staan. Ook de kleine bedrijven in de biologische bestrijding zijn er ‘niet blij mee’, zoals emeritus hoogleraar Joop van Lenteren wist te vertellen. Voor de botanische tuinen zal het ‘meer werk geven’, aldus Bert van Wollendorp, die 22 jaar in de Utrechtse tuin werkte.

Er is echter geen weg terug: meer dan 55 landen hebben het Nagoya protocol ondertekend, de EU kan het niet meer tegenhouden. Daarbij lijkt het de biodiversiteit ten goede te komen. Bijvoorbeeld farmacieconcern Mercks betaalt nu het groeiende biodiversiteitsinstituut InBio in Costa Rica in ruil voor ‘gebruik’ van zijn biodiversiteit. Deze trend, dat bedrijven en Westerse laboratoria mee gaan betalen aan het biodiversiteitsonderzoek zal alleen maar sterker worden. En zo lijkt het ook alleszins redelijk dat die instituten en bedrijven uit die landen delen in de winst op commerciële producten die uit het onderzoek voortkomen.

Oké, het had ook gekund dat laboratoria eventuele winsten naar een VN-fonds zouden doorsluizen die het weer over tropische landen verdeelt. Maar ook dat had tot bureaucratie geleid: wie krijgt dan hoeveel? De overgangsperiode is nu wat vervelend. Maar verschillende sectoren zijn nu standaardcontracten aan het opstellen. Dus op termijn kan die bureaucratie wel meevallen.