Laat Afrikaanse dorpelingen meebeslissen over gene drive

Met een nieuwe gentechniek, gene drive geheten, zijn ziekten en plagen uit te roeien, zo schreef ik dit weekend in NRC Handelsblad. Maar de techniek is nog geen twee jaar oud en 170 NGO’s hebben al opgeroepen tot een moratorium. Deze controverse biedt onderzoeksinstituten een nieuwe kans: ze kunnen Afrikaanse dorpelingen, Nederlandse boeren, Braziliaanse stadsjongeren of Australische eilandbewoners onderdeel laten uitmaken van een nieuw, spannend biologisch experiment.

Malariamuggen

Malariamuggen die geen malaria meer kunnen overbrengen. Muizen die alleen nog vrouwtjes als nakomelingen krijgen, maïsboorders die geen maïs meer ruiken. Gendieren maken om ziektes en plagen uit te roeien kan al langer, getuige het Britse bedrijf Oxitec dat nu met genetisch gemodificeerde tijgermuggen experimenteert in de Braziliaanse stad Piracicaba. Maar nu is daar een gentechniek bijgekomen waarmee het genetisch veranderen van eigenschappen nog beter kan, gene drive geheten. Met een gene drive zijn gendieren zo te maken dat ze met bijna 100 procent zekerheid de ingebrachte eigenschap doorgeven aan het nageslacht. Dat gaat helemaal in tegen de wetten van Mendel, volgens welke een eigenschap maar wordt doorgegeven met 50 % kans.

Van bijvoorbeeld maïsboorders die geen maïs meer ruiken, zou een bedrijf normaal gesproken enkele miljoenen exemplaren over de akker moeten verspreiden, om de populatie zo te veranderen dat ze geen mais meer lust. Met een gene drive zijn wellicht nog maar enkele duizenden genrupsen nodig. De ingebrachte eigenschap verspreidt zich immers vanzelf over de populatie. Gene drive is genetische modificatie in een hogere versnelling.

Moratorium

Natuurlijk is er tegenstand, getuige het moratorium dat 170 NGO’s tekenden in december in Cancun. Tegelijkertijd hebben de Bill and Melinda Gates Foundation, en de Tata Trusts Foundation samen al 145 miljoen dollar gestoken in onderzoek naar malariamuggen met een gene drive, om malaria te verminderen in Sub-Sahara Afrika, en in India. Island Conservation uit Californië wil nu zeven miljoen dollar steken in gene drive muizen die alleen nog vrouwtjes maken. Hiermee wil ze op  tropische eilanden muizen uitroeien om jonge vogels te sparen.

Lokale bevolkingsgroepen

De uitvinders van de gene drive techniek – synthetisch biologen uit Harvard – willen de lokale bevolkingsgroepen laten beslissen. Als zij het loslaten van gene drive dieren zien zitten, moet het op dat eiland of in die regio kunnen. Ziet de lokale bevolking het niet zitten, of willen ze bijvoorbeeld gendieren zonder gene drive, dan moeten laboratoria zulke dieren gaan maken. Natuurlijk moeten ook de autoriteiten toestemming geven, maar uiteindelijk zou in deze open en nieuwe ‘responsive science’ de keuze van de lokale bevolkingsgroep die lijdt onder de ziekte of plaag de doorslag moeten geven.

Wetenschapscommunicatie

De lokale bevolkingsgroep (mee) laten beslissen over een veldexperiment stelt hoge eisen aan de wetenschapscommunicatie. Hoe leg je Afrikaanse dorpelingen zonder een woord voor DNA uit wat gene drive is? Hoe leg je hen uit dat ze malariamuggen niet langer meer moeten doden, maar moeten verspreiden? Hoe voorkom je geruchtenstromen, zoals dat de nieuwe geninsecten een verkapte biologische oorlogsvoering van Amerikanen is?

Modern biologisch experiment

Maar dit idee van responsive science uit Harvard biedt wel een geweldige kans om groepen bij een modern biologisch experiment te betrekken. Bij gene drive gaat het immers om veldexperimenten met allerlei leuke vragen: Hoe groot zijn de risico’s? Gaat de gene drive techniek echt werken? Hoe moeten we evolutie nu gaan zien?

Het leukste is dat de dorpelingen, boeren, leerlingen of eilandbewoners mee mogen beslissen: willen ze onderdeel worden van zo’n (wereldwijd) veldexperiment, of niet? En misschien willen ze wel een ander soort experiment dan de biotechnologen voor ogen hadden. Zo’n veldexperiment is ook superspannend voor de lokale biologieleraar, landbouwvoorlichter of (amateur)bioloog van het plaatselijke museum. In ieder geval heel wat spannender dan een gewone biologieles op school. Waarbij voor veel leerlingen alleen het cijfer voor de toets spannend is.