Genaardappel én biologische aardappel

 

Wat te doen aan de verpietering van aardappelen, vanwege de waterschimmel fytoftera? Twee oplossingen zijn hiervoor, zo schreef ik vorige week in NRC Handelsblad. Eentje voor gangbare boeren en eentje voor biologische boeren.

Juist het aardappelrijke Nederland kampt met uitzonderlijk veel schimmel op het land. Wageningen UR heeft nu daarom nieuwe, sterkere frietaardappelen gemaakt. Bedoeld voor de gangbare boeren, want er is genetische modificatie gebruikt: in deze aardappelen zijn 3 resistentiegenen ingebouwd, van wilde aardappelen uit de Andes

Biologische boeren willen geen genaardappelen. Dus zij kunnen daar niks mee. Maar WUR en het Louis Bolk Instituut werken ook aan aardappelen voor hen. Daarin worden resistentiegenen ‘gewoon’ ingekruist. Genen inbrengen via gentechnologie gaat sneller dan via kruisen, maar oké, de biologische sector accepteert dat kruisen wat langzamer gaat en ziet als voordeel dat je vele eigenschappen tegelijk kunt inkruisen.

Al met al lijken in Nederland de gangbare en biologische sector dus vredig naast elkaar te gedijen. De biologische sector heeft, waarschijnlijk als enige ter wereld, zelfs een eigen hoogleraar Biologische veredeling. Er is geen openlijke strijd.

Maar dat is dus helemaal niet vanzelfsprekend, leerde vandaag een artikel in de New York Times . In de VS worden plantenonderzoekers nu publiekelijk beschuldigd dat ze zich voor het karretje laten spannen van de ene partij (Monsanto), of van de andere (internationaal opererende biologische bedrijven). Mailwisselingen en betaalde bedragen door de belanghebbenden liggen er nu op straat. Beter is dus de verhoudingen goed te houden en als overheid geld te steken in zowel reguliere landbouw (met gentechnologie) als biologische landbouw. Twee stromingen volgen levert bovendien, en dat is nog belangrijker, een rijker pallet aan kennis op. Biologische boeren en onderzoekers  lopen voorop in het experimenteren met gewaswisselingen, beter bodembeheer en stroken met bomen en kruiden rond de velden. Aan de andere kant is het ook handig snel genetisch te kunnen modificeren, als dat weer ergens in de wereld nodig is.