De treurbomentuin van Wouter Oudemans

Alles is vergeefs, alles wordt gras, schreven we gisteren in NRC. ‘We zijn een vergraste soort’, zegt filosoof Wouter Oudemans in het verhaal. ‘We eten granen en grasetende dieren en we vermeerderen ons snel.’ Die vergrassing van de aarde, gepaard gaande met monoculturen en ontbossing, ziet deze filosoof als een onontkoombaar proces.
Zelf kan hij de vergrassing ook niet stoppen, zegt hij, niemand kan dit natuurlijke proces beheersen. Maar wel kan hij tussen de kale Groningse aardappel- en maisakkers ‘een niche voor zichzelf creëren dat anders is dan het maanlandschap in de buurt.’

Ijzersterk beeld

Die niche blijkt vervolgens een ijzersterk beeld: een Filosofisch Arboretum met 6000 treurdouglassen, treurdennen, treurjeneverbessen en andere naar beneden hangende varianten. Juist treurbomen geven de enorme variatie weer die in de natuur zit: omgekeerde hoeden, vormen met twee hoorns, dubbel gevouwen stammen, het zijn gedrochten die in Oudemans’ tuin staan. Maar wel gezond, zo merkte hij er zelf over op: ‘Ze zien er blij uit, met groene uitlopers en stevige naalden.’

Nare tuin

Tegelijkertijd hebben ze ook het treurige van de vergeefsheid. Ook zij proberen vergeefs in leven te blijven. Oudemans noemt zijn tuin dan ook een ‘nare tuin’, een tuin die je confronteert met de dood, en met het feit dat wij mensen de natuur niet zo kunnen beheersen als we zouden willen.

Verzet tegen monoculturen

Wouter Oudemans, die 25 jaar als docent en hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Leiden werkte, had eerder meerdere boeken geschreven over de relatie tussen de mens en de natuur. Recent nog Plantaardig – Vegetatieve Filosofie. Maar hoe veel overtuigender dan tekst kan een beeld zijn. Of nog sterker, een filosoof die zo consequent naar zijn eigen filosofie leeft. Die zegt een leven te willen waarin hij ‘probeert te beantwoorden aan de variatiemogelijkheden die de natuur biedt’ en dan zo’n tuin aanlegt. Dat is pas verzet tegen de oprukkende monoculturen.