Category Archives: Blog Marianne Heselmans

Blog Marianne Heselmans

67.500 koeien in een computergestuurde stal in de woestijn

28-01-2013. Dat het vochtige Nederland groot is geworden in melkproductie is begrijpelijk. Maar hoe is het mogelijk dat er in de woestijn nabij Rijhad (Saoedi Arabie) koeienstallen staan die samen meer dan een miljard liter per jaar aan melk geven? Per koe niet minder dan 13.400 liter per jaar –  meer dan 42 liter per dag –  meer dan dezelfde Holstein koeien in Nederland. Het antwoord, volgens de CNN die er onlangs een artikel aan wijdde? Veel genetica, robotica, sensoren en andere high tech.

Nederlandse soja al verbouwd in 1933

 

30–10-2013. Afgelopen vrijdag schreven we in NRC (Economie) over soja van Nederlandse akkers.  De toen  net gemaaide soja zou de ‘eerste Nedersoja in de geschiedenis’ is. Maar ahum, wat leert nu een krantenstuk uit 1937 met de titel ‘Is de sojacultuur aan te raden?’: het Rijkslandbouwproefstation te Groningen had tussen 1933 en 1936 ook al proeven met soja gedaan. En een foto uit ‘het geheugen van Nederland’ leert bovendien dat er in 1940 ook al tuinders waren die soja tussen de kassen verbouwden.

Groentekwekerij in Westland: sojabonen tussen de kassen

Soja behoort met mais en tarwe tot de meest verbouwde gewassen, het eiwit en de olie zitten in zo’n beetje alle supermarktproducten, van koekjes en pizza’s tot zalf en zeep. En heel veel soja-eiwit zit in varkens-, en kippenvoer. Maar we importeren nu al die soja, vooral vanuit Brazilië en Argentinië. Zelf verbouwt Europa bijna niks. Wat onder andere milieugroepen willen veranderen: er zou meer duurzame sojateelt hier moeten komen. Vandaar dus het verhaal in NRC over die elf Nederlandse akkerbouwers die onder leiding van de coöperatie Agrifirm deze zomer soja hebben geteeld. Voor het eerst in de geschiedenis, zo schreven we dus.
Wat bleek nu uit het oude krantenstuk dat ik had gekregen van de enige sojaveredelaar van Nederland, Hendrik Rietman. De opbrengst van soja viel tussen 1933 en 1936 dermate tegen dat het eigenlijk ontmoedigend was: bij mooi weer niet meer dan 1,5 ton per hectare en bij slecht weer zelfs maar 0,9 ton. ‘Voorlopig achten wij de optimistische mededeelingen die over de sojacultuur weleens in de pers verschijnen dus ook te voorbarig’, schreef landbouwkundige G.P. Meijers toen.
De soja kwam toen nog uit Mandsjoerije, en deze Chinese bonen waren acht euro per kilo waard. Nederlandse soja zou daar nooit tegen kunnen concurreren, schreef deze meneer Meijers. Geen wonder dat de Nederlandse experimenten na de Tweede wereldoorlog snel tot een einde kwamen; ook Duitsland en andere noordelijke Europese landen stopten hiermee. Import-soja werd alleen maar steeds goedkoper, zeker toen na 1995 de grenzen helemaal voor overzeese soja open gingen.
In bepaalde opzichten was de praktijkproef van afgelopen zomer wel uniek in de geschiedenis. Het waren voor het eerst commerciële akkerbouwers die soja teelden, en de opbrengst was een stuk hoger dan in 1936, gemiddeld 2,7 ton per hectare, meteen al net zoveel als in Brazilië en de VS. Dat lag onder andere aan het betere ras en de droge zomer. Ook hadden de deelnemende akkerbouwers geluk dat ze hun soja voor 20 tot 30 procent boven de wereldprijs konden verkopen, omdat hij niet genetisch is gemodificeerd. Iets wat natuurlijk tachtig jaar geleden nog geen issue was.

Meijers schreef  in 1937 overigens ook dat de laag behaalde opbrengsten nu niet inhielden dat het Nederlandse soja-experiment daarom als beëindigd moest worden beschouwd. Hij kon niet weten dat de voortgang nog bijna tachtig jaar op zich zou laten wachten.

 

Young African bloggers present the results of a Science Week

16-7-2013. Asking young people to blog is a good way of publicising symposium results, as the Africa AgricultureScience Week (AASW), held from 15-20 July in Accra (Ghana), has proved. More than 150 young Africans, organised into a ‘AASW Social Reporting Team’ are right now writing blogs and tweets about agriculture in Africa. The Social Reporters do not need to attend the workshops, they can also track them on line.

2060: Browsen in science apps


Een week na de bijeenkomst Science on line op 30 mei in Leiden, viel mijn oog op een schrijfwedstrijd,  georganiseerd door Science. Het blad had jonge onderzoekers gevraagd hoe ze zich voorstelden dat de wetenschapscommunicatie er in 2063 uit ziet. De uitkomsten pasten – niet verwonderlijk – uitstekend bij de discussies tijdens die Leidse bijeenkomst. Want uit de 150 ingezonden essays, was volgens Science van vjjf april maar een conclusie mogelijk: over 50 jaar zullen onderzoeksresultaten  vanaf hun eerste formulering online beschikbaar zijn.
Manuscripten gaan niet meer langs een besloten clubje reviewers, schrijft bijvoorbeeld de Nederlandse neurowetenschapper Annelinde Vandenbroucke. Ze worden in plaats daarvan gepost op een gespecialiseerde subsectie van een openbaar, General Platform. Wie wil, geeft openlijk commentaar, waarna de auteur zijn onderzoek en zijn artikel bijstelt. Intussen jagen editors van journals naar het onderzoeksverhaal dat hun doelgroep aanspreekt. Vandenbroucke hoopt dat haar artikel dan wordt geselecteerd door een breed gelezen blad. ‘Liefst met een commentaar erbij.’
Moleculair bioloog en informaticus Matthew Oberhardt denkt dat science communication voor een groot deel via apps gaat verlopen, waarbinnen we inzoomen in kaarten. Bijvoorbeeld in de driedimensionale kaart van ons eigen DNA. Daar zoomen we dan in op DNA-stukken betrokken bij borstkanker, harfalen of MS, waarna allerhande blogposts, infographics, wetenschappelijke artikelen, leefstijltips of zelfs verhalen van patienten op kunnen ploppen.  In een tweede app browse je bijvoorbeeld over een wereldbodemkaart, waarna je al klikkend gaat naar bodemeigenschappen, landbouwtips, filmpjes en wetenschappelijke artikelen over de bodem in het Noorden van Congo, of de Amazone. Daarnaast kun je dan ook, zoals de Ghanese biochemicus Patrick Kobina Arthur dat noemt ‘fan pages’ downlooaden. Fan pages zijn de sites van onderzoeksgroepen waarin ze dagelijks verslag doen van hun inzichten over actuele kwesties. ‘Voor hun lol’, schrijft Arthur, ‘maar ook omdat crowd funding het belangrijkste financieringsinstrument is geworden.’
Ik las vandaag in De Metro dat er al 30.000 Nederlandstalige apps zijn die mensen vertellen over gezondheid. Al met al lijkt het dus zeker geen vijftig jaar te duren voordat  dergelijke visies werkelijkheid worden.